Ziekenhuisproza op Explore the North

LEEUWARDEN - Explore the North (25 en 26 november) is een festival waar de innerlijke mens zich aan kan warmen. Het festival, onderdeel van het programma van Leeuwarden-Fryslân 2018, gebruikt de binnenstad als podium voor de beste schrijvers, muzikanten, dansers en acteurs. Kunstenaars en artiesten van ver weg, van om de hoek, maar liever nog een combinatie van beide, komen naar Leeuwarden om hun kunsten te vertonen en nieuw werk te maken. Dit jaar presenteert Explore the North het project Ziekenhuisproza.

Ziekenhuisproza is het vervolg op Middenstandsproza. Dit keer staat het MCL centraal, het ziekenhuis in Leeuwarden. Vier jonge schrijvers gaan in gesprek met vier personeelsleden van het MCL. Dit kunnen zowel telefonisten als artsen zijn, zowel verpleegkundigen, als koks. De jonge schrijvers schrijven met de opgedane verhalen en anekdotes uit het ziekenhuis een nieuw, fictief verhaal. Op de zaterdagavond van het festival Explore the North (in de Friesche Club) wordt het verhaal niet voorgedragen door de schrijvers, maar door de geïnterviewde personeelsleden.


Hieronder presenteren wij de voorpublicatie van het verhaal Behandelwens door Helena Hoogenkamp. 

Behandelwens

Een man met een gasmasker op zit op een fiets en trapt zo hard als hij kan. Via het infuus dat ik zojuist heb ingebracht in zijn slagader neem ik wat bloed bij hem af. De laborant neemt het aan en verzegelt het buisje. In het lab zullen we meten hoe hoog de zuurstofwaarden van de man zijn bij rust, opwinding en maximale inspanning, en of dat normaal is.

De buik van de man beweegt op en neer terwijl hij fietst. Er parelt zweet op zijn armen die bedekt zijn met zwart verbleekte tatoeages. Het is een goedlachse man die Fries spreekt, al komt hij uit Groningen. ‘Import,’ zei hij, voordat hij op de fiets klom.

De laborant kan het verder alleen af met de man, ik neem afscheid met een handdruk. Hijgend pompt hij mijn arm op en neer. Aan zijn gehijg hoor ik eigenlijk al wat ik dacht toen ik hem zag, maar we wachten op de lab uitslag.

Het paarse zeil in de gang ruikt vaag naar vrolijke allesreiniger. Zo’n gele fles met een zonnetje erop. De dames van het secretariaat groeten, ik glimlach maar heb geen tijd voor een praatje.

Een meisje met hennarood haar ligt achterover op de onderzoekstafel. Ze krijgt een bronchoscopie. Ik stuur een flexibele slang, de scoop, via haar mond door haar luchtpijp in haar longen. De luchtpijp is roze, de kraakbeenringen glanzen. Eerst heb ik haar mondgebied verdoofd met druppels, ze voelt niets. Haar ogen houdt ze open. Veel patiënten doen hun ogen die dicht, omdat er weinig te zien is voor hen. Zij houdt ze open en kijkt me aan terwijl ik met een camera in haar longen kijk.
De luchtpijp kun je zien als een boomstam, die uitmondt in twee dikke takken. In haar rechterlong is het weefsel wit-roze. Geen afwijkingen te zien. Toch is er iets wat niet klopt. Als fruit waarvan je al weet dat het rot is, terwijl het nog ligt te glanzen in de schaal. De camera beweegt tot in de zijtakken van haar rechterlong. Ze blijft me aankijken met haar opengesperde mond. Ik zeg dat ze het heel goed doet. Ze probeert om de scoop heen te glimlachen.

Soms tref je afwijkend weefsel aan in de binnenbekleding van de luchtpijn, of een tumor. Die zijn blauwdoorschijnend, of rood van de bloedvaten. Soms zwart. Zwart is niet goed. Bij het afscheid knijpt ze in mijn hand, steviger dan ik had verwacht van zo’n klein meisje.

Longweefsel lijkt op de maan. Spookachtig glanzend en doorschijnend wit. Longen zijn vacuüm, dat betekent dat er wel lucht in de longen komt maar geen lucht zit tussen de vliezen waarin zij hangen.

Er is alleen plek in de oranje behandelkamer. Dat vind ik eigenlijk geen goede kleur voor een slechtnieuwsgesprek. Door de lange gang komt Ria langzaam aankarren. Haar zuurstoftankje ligt in het mandje van haar rollator. Met twee slangetjes is het tankje verbonden aan haar neus. Ria vroeg tijdens het eerste gesprek of ze haar ‘lucht’ even op een stoel mocht leggen
Oorspronkelijk heb ik gezondheidswetenschappen gestudeerd, maar ik miste interactie met de zieke mens. Op de longpoli komt alles voorbij: Jonge en oude patiënten, acute gevallen met een klaplong, chronische ziektes zoals astma of kanker. Oncologie begint vaak met: “We zien iets op een foto.

Het is een kunst om slecht nieuws zo te brengen dat mensen toch kunnen beginnen met het een plek geven. Ria heeft COPD. De rek is uit haar longen, als een accordeon die uitklapt maar niet meer invouwt. Een panty waar te vaak een voet is ingegaan, een spijkerbroek waar de knieën nog in staan als de drager eruit stapt. Ik zie veel langlopende patiënten. Mensen met zuurstoftankjes die adem te kort komen. Daar heb je tal van verschillende pufjes voor. Groene en roze inhalatoren in de vorm van schelpen. Ze brengen verlichting bij klachten in de luchtpijpen, die samenknijpen en door het pufje weer opengaan. Je hebt pufjes met een ontstekingsremmer. Voor COPD bestaat nog geen geneesmiddel. Het gouden medicijn is stoppen met roken.

Ria is al jaren langzaam aan het stikken. Ze vraagt aan me wat ze moet doen als ze geen lucht meer krijgt. Als ik terug in de tijd kon gaan zou ik tegen de dertienjarige Ria hebben gezegd: Die sigaretten maken je sexy, maar ook dood. 
Ik ben één keer op een begrafenis van een patiënt geweest. Dat was bijzonder, maar ook zwaar. Binnen het ziekenhuis hangt daar een sfeer omheen van ‘doe maar liever niet.’

Toen ik nog in mijn vooropleiding zat lag er op zaal een vuurspuwer met een chemische longontsteking. Hij had tijdens zijn act jarenlang zoveel lampolie ingeslikt dat zijn longblaasjes waren gebarsten. Het lichaam probeerde de kwetsuur te verhelpen door plasma naar de kapotte plekken te sturen. Die man verdronk in zijn eigen plasma. Zeelieden hebben dit ook vaak. Ze vallen in zee, krijgen zout water in hun longen en de zee bijt hun longblaasjes kapot. Op het dek krijgen ze mond-op-mondbeademing en spugen dit water weer uit, maar je moet zo snel mogelijk met ze naar land. Als ze gewoon weer opstaan zonder naar een dokter te gaan wil het lichaam van binnenuit die kapotte longblaasjes repareren met plasma en dan verdrink je alsnog.

Aan het einde van de dag is er een half uur overdracht. Ik heb mijn mede-longartsen voorzien van informatie en nu ga ik eten mij bij mijn ouders. Voor de schuifdeuren staan twee verpleegster te roken.

Ik parkeer mijn auto op de oprijlaan van mijn ouderlijk huis. Met een fles wijn in de hand bel ik aan. Het gouden medicijn is stoppen met roken. Dat zei ik ook tegen mijn moeder. 
Ik zit daar niet als dokter, maar als een bezorgde zoon met extreem veel kennis. In de keramieken asbak liggen twee halfopgerookte peukjes, één met haar lippenstift erop. Ze probeert te stoppen, dat weet ik. Ik heb laatst op mijn datingprofiel gezet: Roken geen bezwaar. Ik zet er niet op dat ik dokter ben. Dat trekt romantische meisjes aan.

Alle patiënten in dit verhaal zijn fictief. De ziektebeelden zijn gebaseerd op een interview met David Prins, longarts in opleiding.

Hoofdsponsors
Hoofdsponsors
Businesspartners
Initiators