Locaties
5137 t/m 5160 van 6041 resultaten
-
Smûk - Smuk Lytse Bell Tent
Smûk - Smuk Lytse Bell Tent Echtenerbrug
Direct boekbaar
-
Smûk - Smuk Grutte Bell Tent
Smûk - Smuk Grutte Bell Tent Echtenerbrug
Direct boekbaar
-
Smûk - Smûk kamperen
Smûk - Smûk kamperen Echtenerbrug
-
Smûk - Smûk Fjild Huske
Smûk - Smûk Fjild Huske Echtenerbrug
Direct boekbaar
-
Smûk - Smûkhuske
Smûk - Smûkhuske Echtenerbrug
Direct boekbaar
-
Skiedingsboskje en Pingo’s A7
Skiedingsboskje en Pingo’s A7 Drachtstercompagnie
-
Kunstwerk Mildam | Baukje Venema
Kunstwerk Mildam | Baukje Venema
Een foto van Baukje Venema. Deze foto laat de ijsbaan in Hindeloopen zien en is uit een reeks van kunstwerken die bij de ijsbanen van de Iisbaankeunstrûte horen.
Mildam
-
Mariakerk Gorredijk-Kortezwaag
Mariakerk Gorredijk-Kortezwaag Gorredijk
-
Zwembad De Kûpe
Zwembad De Kûpe Buitenpost
-
China Garden Wokrestaurant
China Garden Wokrestaurant Buitenpost
-
De Dikke Draai
De Dikke Draai Surhuisterveen
-
Piterkerk Lippenhuizen
Piterkerk Lippenhuizen Lippenhuizen
-
Rijsdammen op het Wierumer Wad
Rijsdammen op het Wierumer Wad Wierum
-
Smûk
Smûk Katlijk
-
De Raaptepper
De Raaptepper Katlijk
-
Froukje en de vreemdeling bij de winkel
Froukje en de vreemdeling bij de winkel
Het is 1822 in Katlijk bij de kruising. In het dorp Katlijk aan de rand van de grote heidevelden, waar de horizon zich eindeloos leek uit te strekken, woonde Froukje Abeles Witsma alleen - met het uitzicht op de drie paden. Froukje was meestal te vinden aan de voorkant van haar huis.
Op een late septembermiddag zat Froukje op het bankje haar handen rustend op haar schoot. Zij verwachtte vandaag geen klanten, vandaag zou er alleen stilte zijn.
Toen zag ze hem, een man die vanuit het oosten kwam. Ze keek naar hem met een lichte huivering van ongemak. Hij was geen man uit Katlijk, dat wist ze meteen. Toen hij het pad op liep, voelde ze aan dat deze man invloed had. Ze stond op van het bankje voor haar winkelhuis. ‘Goedemiddag,’ zei de man in het Fries. Froukje knikte, haar lippen in een beleefde, maar dunne glimlach. De man liet snel zijn ogen over haar en de open winkeldeur gaan. ‘Ik zoek iemand’, zei hij. ‘Zijn naam is Sible. Sible, de zoon van de molenaar.’
Sible Wytsma, haar neef. Natuurlijk kende zij hem. Er waren verhalen over Sible. Het dorp was vol stiltes en verhalen, maar die van Sible waren anders. Ze hield de blik van de man vast, haar gezicht bleef onverstoorbaar. Ze zei: ‘Er is niemand met die naam die ik ken.’ De man zei: ‘Ik heb een boodschap voor hem, het is belangrijk.’ Froukje haar gedachten waren al aan het werk. Zij kende Sibles familie. De Wytsma’s waren hier geworteld, net als de andere families. ‘Ik ken hem niet,’ zei ze, haar stem koel en afstandelijk. ‘Er is niemand in Katlijk met die naam.’
De man kwam een stap naar voren naar de vrouw. Froukje bleef staan waar ze stond. Ze had het idee dat hij probeerde in haar te kijken om te zien of ze loog. ‘Ik zou hem graag vandaag nog vinden,’ zei de man. ‘Ik heb een lange weg afgelegd.’ Froukje zei nogmaals: ‘Er is hier niemand met die naam.’ Eén moment lang bewoog geen van beiden. De man trok zich uiteindelijk terug. ‘Dan ga ik maar weer,’ zei hij. Froukje keek hem na.
De stilte keerde terug, maar was nu een andere stilte, zwaarder en vol vragen. Froukje bleef kijken en liep een paar stappen in de richting van de vreemdeling, maar keerde - met twijfel - terug. Froukje zou het voorval niet laten rusten en Sible de volgende keer, als ze hem zou zien, vertellen over de vreemdeling. Mensen in Katlijk stelden zulke vragen niet. Ze leefden met stilte, met de dingen die onuitgesproken bleven, omdat dat de enige manier was om in een plaats als deze te wonen. Katlijk
-
Bommen Berend
Bommen Berend
In augustus 1673, het tweede rampjaar, stuurde de bisschop van Münster – Bommen Berend – een troepenmacht naar Zuidoost-Friesland om de Schans van Heerenveen te veroveren.
Vanaf de Bekhofschans bij Oldeberkoop trokken ongeveer 170 ruiters, piekeniers, musketiers en cannonieers over de heide tussen Katlijk en Mildam, met Heerenveen als doel.
De Republiek zette daar Staatse troepen tegenover uit Friese en Hollandse regimenten. Zij trokken de heide op om het Münsterse detachement te onderscheppen voordat het Heerenveen kon bereiken. De confrontatie vond plaats op de open heide bij Katlijk.
De strijd was kort. De Staatse linie hield stand; 26 van de Münsterse aanvallers kwamen om, en de overige manschappen van Bommen Berend verloren de orde en vluchtten in de richting van de Tjonger. Daarmee werd de aanval op Heerenveen afgebroken.
De schermutseling op de Katlijker heide geldt als een lokale maar strategisch belangrijke overwinning voor de Republiek. De toegang tot Heerenveen bleef behouden en de Münsterse opmars liep hier vast. Katlijk
-
De herberg bij de kruising
De herberg bij de kruising
De belangrijke rol van de dorpsherberg in de Middeleeuwen op een centraal punt in het dorp.
Op de hoek van de Klepelslag staat het mooie Witte huis. Oudere Katlijkers weten dat dit ooit een dorpscafé was, dichtbij de kruising van de Kerkelaan en de W.A. Nijenhuisweg. Vanaf de late middeleeuwen heeft hier een herberg gestaan. Zoals overal in Friesland was dit de herberg waar dorpszaken werden gedaan: contracten tekenen, overleggen over koop en verkoop van grond en percelen.
Deze herberg speelde tot diep in de 20ste eeuw een belangrijke sociale functie in het dorp. Katlijk
-
Surhuisterveen (Surhústerfean)
Surhuisterveen (Surhústerfean) Surhuisterveen
-
De laatste schooldag van meester Willem
De laatste schooldag van meester Willem
De laatste schooldag is aangebroken voor meester Willem op een koude winterdag in Katlijk, waar hij jaar na jaar les heeft gegeven. Zesendertig winters lang.
De ochtendmist hing nog laag over de weilanden toen Willem Jacobs het houten luik van het schoolraam openzette. De geur van vochtige turf van de turfbult naast de school trok naar binnen. In het kleine lokaal stonden de houten banken scheef; de houten vloer kraakte onder zijn voeten. Hij zette zijn schrijfkist op tafel, blies leven in het smeulende vuur en legde er drie turven bij — één voor de ochtend, één voor de middag en één voor de lange winteravond, als de oudste leerlingen bleven schrijven bij het schaarse licht.
Buiten klonk het klepperen van klompen op het pad. Eerst kwamen de jongens van Grut Ketlik, daarna die van Lyts Ketlik, over het schoolpad vanaf de Dorpshaven. Ze legden hun leien op tafel en staken hun handen bij het vuur. Willem liet hen de psalm van de week opzeggen, schreef met vaste hand op het bord: God, amen, lam, Heer, God, amen, en hoorde hun aarzelende stemmen de woorden nazeggen als een koor van wintervogels.
Na de middagpauze stapte zijn oude vriend, de dorpsrechter, binnen, zijn hoed nog vochtig van de dauw. Hij bracht bericht vanuit het Grieternijhuis De Drie Pilaren in Oudeschoot: de grietman had de nieuwe schoolordening goedgekeurd. Willem knikte zwijgend. Hij wist wat dat betekende — zijn tijd zat erop. Zesendertig winters had hij hier lesgegeven, in dit lage vertrek met de geur van turf en krijt, de wind langs het kerkepad, het geluid van kinderen dat door de seizoenen heen nauwelijks veranderde. Van de grietman had hij toestemming gekregen om de rest van zijn leven in een klein huisje bij de dorpsschuur te wonen.
Toen de laatste leerlingen naar huis waren, bleef hij alleen achter. Op het raam lag een dun laagje rijp; in de haard gloeide nog één turf. Hij boog zich voorover, trok met zijn vinger de letters W.J. in het met vocht beslagen raam, en keek door het kleine venster naar de kerk, waar de avondzon op het oude dak viel.
‘Dat zal het dan zijn,’ fluisterde hij. Daarna doofde hij het vuur, sloot de deur — langzaam, alsof hij een boek dichtdeed — en liet de stilte in het oude schooltje achter. Katlijk
-
Vennetje
Vennetje Oldelamer
-
Hendrik Anskes en de musketten
Hendrik Anskes en de musketten
Het was in het rampjaar 1672. In de frisse meimorgen had Hendrik Anskes, een jonge boer aan de westrand van Katlijk, besloten om de slootkanten van zijn zuidelijkste veld bij de Tjonger te maaien.
Gisteren had hij het ruige hooiland al gesleept met zijn paard. Vandaag wilde hij de kanten nog maaien. Terwijl hij in gedachten maaide, stootte hij op iets hards. De doffe dreun trilde door tot het houten handvat. Hendrik fronste, keek naar de grond en knielde neer. Hij veegde de aarde weg en staarde naar de glinstering van metaal—nieuw metaal, glanzend en koud. Zijn vingers gleden langs de lengte van een musketloop, onlangs begraven, het hout nog glad en ongeschonden door de tijd. Toen hij verder groef, vond hij meer—drie, vier musketten; hun ijzeren lopen in een rij onder de grond, samen met lange pieken die ernaast lagen.
Dit waren geen overblijfselen van oude oorlogen. Ze waren niet oud, hier nog niet lang geleden verstopt. Zijn hartslag versnelde. Waarom zou iemand nieuwe wapens begraven, zo dicht bij zijn boerderij? Voor wie waren ze bedoeld? Het Friese platteland had zijn deel aan onrust gekend, maar dit was anders. Een geheim.
Hendrik keek naar de Tjonger, waarvan het water traag richting de horizon stroomde. Hij was een boer, geen soldaat en had geen zin in dit soort mysteries. Hij dacht aan Jan, zijn oudere broer en dorpsrechter; de man die zou weten wat te doen. Net vandaag had zijn broer een afspraak met de grietman van Schoterland. De afgelopen weken had hij zich alleen kunnen concentreren op de dood van zijn vrouw en hij had weinig aandacht besteed aan de geruchten over een veldslag op de heide verderop. De ontdekking van de wapens voelde als een extra last in een tijd van verdriet. ‘Morgen’, zei hij tegen zichzelf. Morgen zou hij het melden. Voor nu moesten de wapens verborgen blijven.
Snel verzamelde hij de musketten en liep naar de oever van de rivier, waar de grond zachter en losser was. Knielend groef hij een ondiep gat in de bedding van de rivier. Terwijl hij werkte, droeg de wind fluisteringen van verre onrust, maar Hendrik hield zijn gedachten gefocust op de taak. De wapens werden opnieuw begraven, verborgen tussen de geknoopte rietstengels. Hij drukte de aarde aan, wetende dat ze daar zouden blijven totdat hij besloot het iemand te vertellen.
Het dorp Katlijk zou zich Hendrik Anskes niet herinneren, maar het waren oude wapens en wat paardenskeletten—lang geleden begraven in de losse grond bij de Tjonger—die de sleutel vormden tot een mysterie dat misschien nooit opgelost zou worden. Katlijk -
B&B op de Sing-Sang
B&B op de Sing-Sang Jonkerslân
-
Vennetje
Vennetje
Oldelamer