Locaties
5257 t/m 5280 van 6094 resultaten
-
Wallebos Beetsterzwaag
Wallebos Beetsterzwaag Beetsterzwaag
-
La Barca Esonstad
La Barca Esonstad Eanjum
-
Minicamping 't Achterom
Minicamping 't Achterom Kollum
-
Minicamping Blauforlaet
Minicamping Blauforlaet Augustinusga
-
Margrete, de weefster van Klein Katlijk
Margrete, de weefster van Klein Katlijk
Katlijk, 1525. De oudtante van Margrete woonde in het vrouwenklooster. Naast het vele bidden, deed ze veel handwerk. Net als Margrete nu zelf ook deed.
Margrete prikte zich in de vingers van de spintol. Bloed! Oppassen, het moest vooral de lichte schapenwol niet besmetten. Terwijl ze de vinger onwillekeurig in de mond stopte, dacht ze na over het voorval dat haar oudtante Margrete van Nes had verteld aan grootmoeder.
Haar oudtante had gewoond in het vrouwenklooster van de Steenkerk bij Luinjeberd, als onderdeel van de grotere Duitse orde van Nes bij Akkrum. Tante was altijd trots geweest op haar status binnen de familie. Zij en de andere zusters baden voor het zielenheil van hun families. Dagelijks de zeven getijden zingen en heel veel bidden, maar ook kleine handwerkjes verrichten.
Zo had tante de leiding gekregen over de spinnerij en weverij. Er werd geweven voor de grotere Orde, maar er werd ook in opdracht geweven. Grootmoeder uit Katlijk deed ook verstelwerk voor de zusters. Er waren meer mensen uit Klein Katlijk die het vlas van hun akkers weefden en het aan de Steenkerk verkochten. De weefsels waren nodig voor de ziekenzaal en de slaapvertrekken.
Op een dag was de abt onverwacht langsgekomen bij de zusters. Gauw deden de zusters hun kapjes op en werden de omslagdoeken steviger omgeslagen. De abt kwam natuurlijk nooit alleen, altijd waren er jonge lekenbroeders bij. De zusters behoorden te gaan staan, wanneer de mannen de weverij binnenkwamen. Het werd erg ongemakkelijk - voor ieders ogen werd duidelijk, dat lekenzuster Renttie haar periode had en dat er bloedvlekken op haar schoot waren gekomen, maar vooral dat de zachte witte wol besmet werd.
Margrete werd daarvoor streng berispt door de abt en dat had haar naamgenote Margrete van Lyts Ketlik altijd goed onthouden. Voor haar een reden om zich bewust te zijn van de rol van vrouwen en elkaar te waarschuwen als er mannen in de buurt zijn en zich gedeisd te houden. katlijk
-
Golfclub Lauswolt
Golfclub Lauswolt Beetsterzwaag
-
Het Koetshuis
Het Koetshuis Beetsterzwaag
Direct boekbaar
-
PTT Versterkingsstation
PTT Versterkingsstation Eanjum
-
B&B De Vuurplaats
B&B De Vuurplaats Drachten
-
Restaurant De Heeren van Harinxma *
Restaurant De Heeren van Harinxma * Beetsterzwaag
-
Landgoed Lauswolt
Landgoed Lauswolt Beetsterzwaag
-
Landgoed Lauswolt
Landgoed Lauswolt
Beetsterzwaag
-
Wellness Lauswolt
Wellness Lauswolt Beetsterzwaag
-
Waddengenot aan het Meer
Waddengenot aan het Meer Anjum
-
Varen met Sil
Varen met Sil Dokkumer Nieuwe Zijlen
-
Rondvaartbedrijf Lauwersmeer
Rondvaartbedrijf Lauwersmeer Anjum
-
Toxopeus op de dijk
Toxopeus op de dijk Anjum
-
Surfspot Lauwersmeer - Hoek van de Bant
Surfspot Lauwersmeer - Hoek van de Bant Eanjum
-
Oostmahorn (De Skâns)
Oostmahorn (De Skâns) Oostmahorn
-
Kruitmagazijn Oostmahorn
Kruitmagazijn Oostmahorn Oostmahorn
-
Waddeninzicht botenverhuur
Waddeninzicht botenverhuur Anjum
-
Strand en speeltuintje Oostmahorn
Strand en speeltuintje Oostmahorn Anjum
-
De dorpsrechter en de lekkende dijk
De dorpsrechter en de lekkende dijk
Jan Wolters stond aan de rand van zijn akker; zijn ogen gericht op de horizon waar het veengebied begon. Hij rook de zure geur van het water dat zijn land binnensijpelde. Zijn grote boerderij, een van de dertig stemgerechtigde boerderijen in Katlijk, lag bijna op de kruising van het dorp. Als dorpsrechter droeg hij vele verantwoordelijkheden, maar deze kwestie raakte hem persoonlijk.
"Het is weer erger geworden, Jan," zei naburige boer Gerrit Cornelis, terwijl hij naderbij kwam. "Mijn gewassen verdrinken in dat zure water. We kunnen zo niet doorgaan."
Jan knikte bedachtzaam. "Ik weet het, Gerrit. De dijk tussen het veen en onze velden brokkelt af. We moeten iets doen."
"En wat ga jij eraan doen?" vroeg Gerrit met een toon van frustratie in zijn stem. "Je bent toch de dorpsrechter?"
Jan zuchtte. Hij wist dat zijn positie hem verplichtte om een oplossing te vinden, maar het was nooit eenvoudig. "Ik zal met de veenbazen praten. We moeten samenwerken om dit op te lossen."
De volgende dag begaf Jan zich naar het veengebied. Hij trof Klaas, de hoofdveenbaas, bij de rand van een turfput.
"Klaas," riep Jan, "we moeten praten over de dijk."
Klaas keek op, zijn gezicht getekend door jaren van zwaar werk. "Wat is er met de dijk, Jan?"
"Hij lekt. Ons land verzuurt. We hebben jullie hulp nodig om hem te repareren."
Klaas lachte schamper. "En waarom zouden wij dat doen? Wij hebben geen last van dat water."
Jan zijn geduld raakte op), maar hij beheerste zich. "Omdat we allemaal deel uitmaken van deze gemeenschap, Klaas. Als onze oogsten mislukken, lijdt iedereen eronder."
Na lange onderhandelingen werd er een overeenkomst bereikt. De veenwerkers zouden de noordelijke helft van de dijk repareren, de boeren de zuidelijke helft. Bovendien zouden de sloten aan beide zijden worden verbreed en uitgediept.
Toen Jan het nieuws aan de boeren bracht, was er gemor. "Waarom moeten wij de helft doen?" klaagde een van hen.
"Omdat het onze verantwoordelijkheid is om voor ons land te zorgen," antwoordde Jan vastberaden. "Dit is de enige manier waarop we allemaal kunnen winnen."
In de weken die volgden, werkten veenwerkers en boeren zij aan zij langs de twee kilometer lange dijk. Jan werkte mee, zijn handen even eeltig als die van de anderen.
Toen het werk voltooid was, stond Jan opnieuw aan de rand van zijn akker. De zure geur was verdwenen, vervangen door de frisse geur van vochtige aarde. Hij voelde een diepe tevredenheid, niet alleen vanwege de oplossing van het probleem, maar ook vanwege de samenwerking die het had voortgebracht.
In de verte zag hij Klaas naderen. De veenbaas knikte naar hem, een zeldzame glimlach op zijn verweerde gezicht. "Je had gelijk, Jan," zei hij. "We zijn inderdaad allemaal deel van dezelfde gemeenschap."
Jan glimlachte terug, wetend dat zijn werk als dorpsrechter, hoe uitdagend ook, momenten als deze de moeite waard maakte. In het kleine Katlijk met zijn 169 inwoners had hij het verschil gemaakt. En morgen zou er weer een nieuwe uitdaging zijn. Katlijk
-
Aanval op de haven van Oostmahorn
Aanval op de haven van Oostmahorn
De bevrijding van het noordoostelijke deel van Friesland gaat niet zonder slag of stoot. De Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS) en Canadese troepen leveren, deels zij aan zij, forse gevechten. Het zijn vooral in paniek vluchtende bezetters die gevechten en schietpartijen veroorzaken en over en weer slachtoffers eisen. Ook om de haven van Oostmahorn wordt flink slag geleverd.
De aandacht van de Canadese troepen richt zich na de bevrijding van Dokkum, Kollum en Dokkumer Nieuwe Zijlen op de haven van Oostmahorn. Het is de verbinding naar het eiland Schiermonnikoog dat onderdeel is van de Duitse verdedigingslinie de Atlantik wall. Deze loopt langs de kusten van Frankrijk tot aan Noorwegen. Op het waddeneiland is tijdens de oorlog een zware Duitse bezetting aanwezig.
Het dorp Oostmahorn wordt op zaterdag 14 april door de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS) 'ontzet', nadat de Duitse Grenzschutz (grensbewaking) in stilte is vertrokken naar Schiermonnikoog. Een groep van ruim honderd vluchtende SS-ers en SD-ers en een tiental vrouwen steekt vanuit Groningen ondertussen bij Zoutkamp met drie boten de Lauwerszee over naar het eiland. Een aantal van hen zijn hooggeplaatste SD-ers van het beruchte Scholtenhuis in Groningen. Als de NBS ze vanuit de haven van Oostmahorn voorbij ziet varen wordt er over en weer geschoten.
De Duitse bezetting op Schiermonnikoog wil daarna wraak nemen. Het dorp en de haven van Oostmahorn worden op maandag 16 april vanaf het eiland twee uur lang onder vuur genomen. Een konvooi van drie Nederlandse boten vertrekt richting de haven met het doel om daar te landen. De hulp van het B-Squadron van de Royal Canadian Dragoons (1st Armoured Carrier Regiment) te Dokkum is inmiddels ingeroepen. De aanval wordt ternauwernood afgeslagen, maar twee Canadese militairen van een verkenningsgroep komen om het leven. Rond het dorp wordt een verdedigingslinie van schuttersputten en pantservoertuigen opgetrokken.
Verdere versterking wordt die dag vanuit Leeuwarden opgeroepen, waar de C-compagnie van de North Nova Scotia Highlanders richting de kuststrook worden gestuurd om te patrouilleren naar Duitse landingspogingen. Na een korte maar zware beschieting van de Canadezen als waarschuwing, wordt de volgende dag een bemiddelaar naar het eiland gestuurd. De hoogste SD-er in rang weigert overgave. Ze wachten op ontsnapping met een Schnell boot die hen op 3 mei naar het Duitse waddeneiland Borkum moet brengen. Dat blijkt tevergeefs, maar ondertussen houden ze het eiland bezet, ook na de algehele capitulatie voor heel Nederland op 5 mei.
Het duurt nog tot 11 juni voordat met twee boten, de MS Waddenzee en de MS Brakzand, de laatste bezetters van Schiermonnikoog worden afgevoerd naar de haven van Oostmahorn. Een kolonne van legertrucks volgepakt met krijgsgevangenen, verlaat onder bewaking van de geallieerden de haven. Vandaar gaan ze naar het krijgsgevangenkamp in Beerta (Groningen).
Eanjum