Locaties
3145 t/m 3168 van 5771 resultaten
-
De Blauwe Tent
De Blauwe Tent Reduzum
-
Groot Deersum
Groot Deersum Achlum
-
Akkrum-Nes, altijd in beweging
Akkrum-Nes, altijd in beweging
Akkrum
-
Streetjump Leeuwarden
Streetjump Leeuwarden Leeuwarden
-
Zwembad De Blauwe Kamp
Zwembad De Blauwe Kamp Nij Beets
-
Het Kerkje
Het Kerkje Drachtstercompagnie
-
Van Harenstraat 64
Van Harenstraat 64 Wolvega
-
Brasserie Booming
Brasserie Booming Harlingen
-
Ljibbe Weidenaar
Ljibbe Weidenaar Nes
-
Pizzeria Pompei
Pizzeria Pompei Harlingen
-
Crystalic Business Park
Crystalic Business Park Leeuwarden
-
Restaurant Kingfisher St. Nicolaasga
Restaurant Kingfisher St. Nicolaasga Sint Nicolaasga
-
NAM terrein
NAM terrein Blije
-
De heks van Katlijk
De heks van Katlijk
Het verhaal over de heks heeft meerdere bronnen en het is de vraag of ze allemaal waar zijn. Het begint met een paar kwajongens die zilver wilden stelen van oude Griet en door haar betrapt werden.
Stelen door kwajongens’ is van alle tijden, maar wat er daarna verteld wordt, is erg onwaarschijnlijk. De verteller zegt het gelezen te hebben in een geheim document in Tresoar over Katlijk. Laten we Griet zelf vragen wat er gebeurde.
Griet was als meisje naar het oude klooster van Schoten gebracht in Oudeschoot. De parochianen in de keuken hadden het meisje te eten gegeven en haar jarenlang van een slaapplaats voorzien bij het haardvuur. Ze hoorde daar dat er dagelijks missen werden opgevoerd voor het zielenheil van de overledenen en deze mysterieuze Gregoriaanse gezangen waren voor altijd in haar hoofd blijven rondzingen.
Griet vertelt: ‘Op de heide woon ik alleen, omdat het dorp mijn gezangen niet wil horen. Ik zing voor iedereen die in Katlijk is overleden en heb altaartjes gemaakt met kruiden en bloemen. Wie gaat anders voor hen zorgen? De mensen worden bij de nieuwe stenen kerk begraven, maar ik heb er geen vertrouwen in dat mensen alle dagen voor de doden de gezangen zingen.’
‘Ik leef vooral van mijn zandraapjes. Mensen weten niet hoe voedzaam ze zijn. Ik drink de melk van mijn geit. Jullie vragen me over die kwajongens die mijn zilver wilden stelen en weten niet waar ze zijn. Dat weet ik ook niet. Kijk naar de heide en het bos en jullie zien overal paden. Bij elk pad heb ik ‘tekens’ in de natuur gezet en het kan zijn dat de jongens daardoor verdwaalden. Misschien hoorden de jongens mijn gezang in de verte en lokte het hen naar de wereld van de overledenen. Maar misschien zijn ze gewoon uitgegleden in het sompige veengebied.’
Er werd in het dorp niet meer over Griet gesproken, maar de ouders van de jongens liet het niet los. Vele eeuwen later woonden de nazaten van deze families op de zandgrond in de nieuwe wijk De Akkers in Heerenveen. Laat daar nou het heidezand van Katlijk en van Griet haar betoverde tekens naar toe zijn gereden. Zo nu en dan horen deze families Gregoriaanse gezangen in hun kelders- en daar is niets aan te doen. Katlijk
-
ienie mini's moeten ook naar school
ienie mini's moeten ook naar school Franeker
-
Ceciliakerk Lekkum
Ceciliakerk Lekkum Lekkum
-
Zeilcharter Willem Jacob
Zeilcharter Willem Jacob Groningen
-
Sloepverhuur Sloep-rent Galamadammen
Sloepverhuur Sloep-rent Galamadammen Koudum
-
Oude Stadhuis IJlst
Oude Stadhuis IJlst IJlst
-
Heerenveen (It Hearrefean)
Heerenveen (It Hearrefean) Heerenveen
-
Smûk - Smûkhuske
Smûk - Smûkhuske Echtenerbrug
Direct boekbaar
-
Trekkershutten Nijhuizum
Trekkershutten Nijhuizum Nijhuizum
Direct boekbaar
-
Kwekerij Trimpe
Kwekerij Trimpe Koudum
-
De laatste schooldag van meester Willem
De laatste schooldag van meester Willem
De laatste schooldag is aangebroken voor meester Willem op een koude winterdag in Katlijk, waar hij jaar na jaar les heeft gegeven. Zesendertig winters lang.
De ochtendmist hing nog laag over de weilanden toen Willem Jacobs het houten luik van het schoolraam openzette. De geur van vochtige turf van de turfbult naast de school trok naar binnen. In het kleine lokaal stonden de houten banken scheef; de houten vloer kraakte onder zijn voeten. Hij zette zijn schrijfkist op tafel, blies leven in het smeulende vuur en legde er drie turven bij — één voor de ochtend, één voor de middag en één voor de lange winteravond, als de oudste leerlingen bleven schrijven bij het schaarse licht.
Buiten klonk het klepperen van klompen op het pad. Eerst kwamen de jongens van Grut Ketlik, daarna die van Lyts Ketlik, over het schoolpad vanaf de Dorpshaven. Ze legden hun leien op tafel en staken hun handen bij het vuur. Willem liet hen de psalm van de week opzeggen, schreef met vaste hand op het bord: God, amen, lam, Heer, God, amen, en hoorde hun aarzelende stemmen de woorden nazeggen als een koor van wintervogels.
Na de middagpauze stapte zijn oude vriend, de dorpsrechter, binnen, zijn hoed nog vochtig van de dauw. Hij bracht bericht vanuit het Grieternijhuis De Drie Pilaren in Oudeschoot: de grietman had de nieuwe schoolordening goedgekeurd. Willem knikte zwijgend. Hij wist wat dat betekende — zijn tijd zat erop. Zesendertig winters had hij hier lesgegeven, in dit lage vertrek met de geur van turf en krijt, de wind langs het kerkepad, het geluid van kinderen dat door de seizoenen heen nauwelijks veranderde. Van de grietman had hij toestemming gekregen om de rest van zijn leven in een klein huisje bij de dorpsschuur te wonen.
Toen de laatste leerlingen naar huis waren, bleef hij alleen achter. Op het raam lag een dun laagje rijp; in de haard gloeide nog één turf. Hij boog zich voorover, trok met zijn vinger de letters W.J. in het met vocht beslagen raam, en keek door het kleine venster naar de kerk, waar de avondzon op het oude dak viel.
‘Dat zal het dan zijn,’ fluisterde hij. Daarna doofde hij het vuur, sloot de deur — langzaam, alsof hij een boek dichtdeed — en liet de stilte in het oude schooltje achter. Katlijk