Wildopvang in Ureterp. Vangt jaarlijks zo'n 11.000 inheemse dieren op die in de problemen komen door menselijk handelen. Van mus tot zeearend en van egel tot otter. Particulieren en dierenambulances brengen ze binnen.
Deze wilde dieren komen in de problemen doordat hun leefgebied kleiner wordt. Zo vliegen vogels bijvoorbeeld tegen ramen, krijgen egels te maken met gif, verkeer, robotmaaiers of afgesloten tuinen, worden dieren aangereden, vallen nestjes uit bomen tijdens werkzaamheden of snoeien en ga zo maar door.
Bij de Fûgelhelling werken vrijwilligers en medewerkers aan het herstel van de vogels en zoogdieren die worden binnengebracht. In het voorjaar wordt de opvang overstroomd door jonge vogels, haasjes en eekhoorntjes en vanaf augustus begint de piek in jonge egels. Het hele jaar door komen zieke en gewonde dieren en verkeersslachtoffers binnen. Zij worden met grote passie verzorgd. Dit doen we met een 'hands-off-methode'. Dat betekent dat we dieren alleen aanraken als het echt niet anders kan. We praten niet tegen ze, ze krijgen geen naam en waar mogelijk laten we ze revalideren en opgroeien met soortgenoten. Zo blijven ze zo wild mogelijk en wordt de kans op succes na hun terugkeer naar de natuur groter.