Locaties
1417 t/m 1440 van 5775 resultaten
-
Watertorenhotel Nes
Watertorenhotel Nes Nes (gemeente Heerenveen)
-
Happywhale Dokkum
Happywhale Dokkum Dokkum
-
Marboei MB47
Marboei MB47 Snitser Mar
-
Leeuwarden (Ljouwert)
Leeuwarden (Ljouwert) Leeuwarden
-
Voedselbos de Iest
Voedselbos de Iest Sumar
-
Pizzeria Sardegna
Pizzeria Sardegna Leeuwarden
-
Irish Pub Paddy O'Ryan
Irish Pub Paddy O'Ryan Leeuwarden
-
Gasthuis Dokkum
Gasthuis Dokkum Dokkum
-
Varen met Sil
Varen met Sil Dokkumer Nieuwe Zijlen
-
Klokkenstoel Hennaard
Klokkenstoel Hennaard Hennaard
-
Klipper Zwarte Valk
Klipper Zwarte Valk Makkum
-
de Drijfveer - Friendship 22 Free - Seagull
de Drijfveer - Friendship 22 Free - Seagull Akkrum
Direct boekbaar
-
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Sweltsje
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Sweltsje Nes (gemeente Heerenveen)
Direct boekbaar
-
Biologische kaasmakerij de Nylander
Biologische kaasmakerij de Nylander It Heidenskip
-
Rengersbrug
Rengersbrug Lemmer
-
De Kok en de Walvis
De Kok en de Walvis Warten
-
Het Buiten-Land Pitch & Putt Golf
Het Buiten-Land Pitch & Putt Golf Leeuwarden
-
De Fochtel
De Fochtel Fochteloo
-
Hanse 348
Hanse 348 Heeg
-
Sint-Nicolaaskerk Blije
Sint-Nicolaaskerk Blije Blije
-
Grand Cafe Jan!
Grand Cafe Jan! Wergea
-
Wytske Wisses en haar zoon
Wytske Wisses en haar zoon
Het is het jaartal 1686. Wytske Wisses is van plan met haar zoon Douwe naar hun pachter te lopen aan de Lijckweg in Katlijk. Ze lopen via de Kerkelaan langs het nieuwe Godshuis. Vooral Douwe wil daar wat blijven staan, omdat hij last van zijn voeten heeft gekregen.
Wytske vertelt: ‘Mijn naam is Wytske Wisses en jullie vinden mijn naam verbonden met mijn grondbezit in Katlijk samen met mijn zoon Douwe Piers. Ik ben hier niet geboren en ik woon hier ook niet. Ik neem jullie mee op mijn reis naar Katlijk met mijn zoon. Mijn zoon moet met mij onze kavels bekijken. Zijn vader zaliger was veenbaas en kocht de kavels voor hem, zodat hij van de pacht zou kunnen leven. Zijn stiefvader heeft het vaak over deze kavels, want die kunnen nog worden verveend, waardoor Douwe geld kan verdienen. Het is vrij moeilijk om in Katlijk te komen, omdat we met de praam via de vaart in De Knype en de Dorpsvaart naar Katlijk moeten varen. Het is daar namelijk nog een woestenij. Gelukkig hebben we een goede Katlijker boer die ons land bewerkt en ons pacht betaalt. Hij kan er vijf koeien en twee paarden op houden. Hij heeft net als ik stemrecht om de grietman van Schoterland en de dorpsrechter in Katlijk te kiezen. In Katlijk liggen de kavels van mijn zoon aan de oude Lijckweg. Mijn zoon is 16 jaar en zal nu moeten leren zich als een man te gedragen die zijn pachter te woord staat.’
Ondertussen lopen ze weer verder en kijken ze naar het kerkhof aan de andere kant van de heg. Wytske spoort haar zoon aan, terwijl ze vertelt: ‘Je vader ligt daar.’ Douwe vraagt dan: ‘Lijckweg, wat betekent die naam, mem; liggen daar lijken?’ Wytske: ‘Wel nee, die liggen daar niet.’ Douwe: ‘Maar waarom lopen we naar die Lijckweg? Ik hou niet van die naam, ik vind het een nare naam. Vader is immers ook dood.’ Wytske: ‘Nou ja.., je vader heeft hier niets mee te maken. Onze kavels liggen aan deze weg. Kom verman je zoon!’ Douwe: ‘Maar ik wil daar liever niet heen, kunnen we niet omlopen, mem?’ Wytske: ‘We gaan kijken bij onze kavels en jij gaat de pachter Ids Foppes vragen hoe het land en zijn familie ervoor staan. We willen het immers nog gaan vervenen en er veel turf van gaan verkopen.’
Ondertussen zijn ze aangekomen bij de tapperij op de hoek.
Douwe: ‘Kunnen we niet even bij de tapperij naar binnen, moeder; het is warm en ik heb dorst. Ik heb immers ook last van mijn voeten.’ Wytske: ‘We gaan absoluut niet naar binnen, daar schenken ze sterke drank. Ik heb genoeg gezien wat drank doet met de verveners in De Knype. Ze liggen soms meer dood dan levend naast de vaart. Jij gaat daar niet naar binnen. Wij zijn doopsgezinden en die gaan nooit een tapperij naar binnen.’ Douwe: ‘Maar moeder…’ Wytske: ‘Verman je zoon; je gaat je voorstellen aan Ids Foppes, want van hem ga je in de toekomst pacht krijgen. En ja, hij woont aan de Lijckweg.’ Douwe: ’Ik heb last van mijn tenen in die krappe schoenen, ik loop liever op mijn klompen. Kan ik niet op sokken verder, dan trek ik mijn schoenen straks wel weer aan.’ Wytske: ‘Ik waarschuw je zoon, je moet je nu gedragen als een volwassene, doorstappen en hou je schoenen aan.’
Ze zijn nu vlakbij het boerderijtje van de pachter en Douwe valt opgelucht in de berm van de Lijckweg. Hij trekt zijn schoenen en sokken uit en wrijft over zijn pijnlijke voeten. Deze houding bevalt Wytske allerminst, want zo gedraagt een eigenaar zich niet. De jongen zal nog veel moeten leren, verdorie. Hij moet nu eerst zijn schoenen weer aantrekken en zijn rug rechten.
De pachter komt al naar hen toe vanuit het land. Katlijk
-
Kerk Lioessens
Kerk Lioessens Lioessens
-
Korendragershuisje
Korendragershuisje Franeker