Het verhaal gaat dat elke man die in de negentiende eeuw voor één van de deftige huizen in Beetsterzwaag langsliep, even tegen zijn pet of hoed tikte. Uit respect. Je wist tenslotte nooit of een van de bewoners vanachter de gordijnen naar buiten keek.
Hoe het er achter de gordijnen uitzag, bleef voor de meeste passanten al net zo verborgen. Achter de stille statigheid van de bakstenen gevels en onder de met dure geglazuurde pannen gedekte daken bevond zich niettemin een ragfijn geordend systeem van kamers en kamertjes, dienstvertrekken en salons waarin zich het leven afspeelde van bewoners en personeel. Elke ruimte in dit geheel had zijn eigen functie, zijn eigen aankleding en inrichting.
Het verhaal van monumenten en erfgoed werd en wordt vaak verteld aan de hand van de gevels. De wereld erachter kreeg en krijgt vaak minder aandacht. In de lezing ‘Achter de gordijnen’ gaat Johan de Haan in op de interieurs waarin de bewoners van de statige huizen van Beetsterzwaag werkten, woonden en ontvingen. Johan de Haan is adviseur erfgoed bij Atelier Rijksbouwmeester in Den Haag.