Er zijn 2.921 locaties gevonden voor "nienke de heer"
Locaties
2905 t/m 2921 van 2921 resultaten
-
Het Groene Kruis
Het Groene Kruis Appelscha
-
Museum Warkums Erfskip
Museum Warkums Erfskip Workum
-
Kunstpunt Friesgoed en Werkplaats Mader
Kunstpunt Friesgoed en Werkplaats Mader Nijeberkoop
-
de Geitenmeijerij
de Geitenmeijerij Fochteloo
-
Neergestort Amerikaans vliegtuig
Neergestort Amerikaans vliegtuig Marrum
-
Noorderbegraafplaats
Noorderbegraafplaats
Vijftien geallieerde vliegers en vijftien verzetsslachtoffers vinden hun laatste rustplaats op de Noorderbegraafplaats in Leeuwarden. Ook worden er tijdens de Tweede Wereldoorlog bijna 450 gesneuvelde Duitse militairen begraven. Hun stoffelijke resten worden in 1958 overgebracht naar de Duitse oorlogsbegraafplaats Ysselsteyn.
Kort na het begin van de bezetting wordt de Noorderbegraafplaats aan het Leeuwarder Schapendijkje in gebruik genomen als militair ereveld. De eerste teraardebestelling van Duitse oorlogsdoden vindt er op 9 augustus 1940 plaats. Bij de bevrijding liggen op het Ehrenfriedhof bijna 450 Duitse militairen, die in 1958 collectief worden overgebracht naar de Kriegsgräberstätte Ysselsteyn bij Venray.
Het aantal geallieerde militairen dat vanaf juli 1941 op de begraafplaats een laatste rustplaats krijgt is qua aantal veel geringer. Nu nog liggen dertien Engelsen en twee Nieuw-Zeelanders begraven onder een rij karakteristieke witte headstones op regel 23 van de 2e afdeling. Oorspronkelijk waren er meer geallieerde oorlogsgraven. Twee Amerikanen en een Canadees zijn na de bevrijding herbegraven op de erevelden in Margraten en Holten.
In alle nu nog aanwezige geallieerde oorlogsgraven zijn bemanningsleden van vliegtuigen begraven. Van hen zijn alleen David Kay Foster en Robert Stanley Ling in de gemeente Leeuwarden gesneuveld. Hun Mosquito jachtbommenwerper stort op 28 mei 1944 neer op het vliegveld na een beschieting door luchtafweergeschut. De overige vliegeniers komen om een andere reden op de Noorderbegraafplaats terecht. Albert Hayes, Len Townrow en Michael John Boyle worden alle drie zwaargewond overgebracht naar het Bonifatiusziekenhuis en sterven daar ondanks de goede zorgen van de Duitse medische staf.
Jarenlang onderzoek door de Stichting Missing Airmen Memorial Foundation (SMAMF) in samenwerking met de Bergingsdienst van de Koninklijke Luchtmacht achterhaalt de identiteit van de zes gesneuvelden in het eerste graf. Het gaat om de bemanning van Wellington R1397. Het vliegtuig stort op 25 juli 1941 bij Boazum neer na een luchtaanval op Emden en is het eerste toestel dat crasht op het Friese vasteland. In 2015 zijn in aanwezigheid van nabestaanden twee nieuwe grafstenen met de namen van de bemanning door een legerpredikant ingezegend. De oude, naamloze, steen is nog te bezichtigen in het Fries Verzetsmuseum.
Ook liggen er vijftien verzetsslachtoffers begraven op de Noorderbegraafplaats, op een speciaal daarvoor ingericht ereveld. Op de grafmonumenten staat de tekst:
‘Fallen yn ‘e striid tsjin ûnrjocht en slavernij - dat wy yn frede foar rjocht en frijdom weitsje’
‘Gevallen in de strijd tegen onrecht en slavernij, opdat wij in vrede voor recht en vrijheid waken.’
Het meest in het oog springend zijn de drie zij aan zij geplaatste monumenten van de broers Mark, Klaas en Hyltje Wierda, die op 11 april 1945, enkele dagen voor de bevrijding, werden gefusilleerd bij Dronrijp.
De oorlogsgraven op de Noorderbegraafplaats zijn geadopteerd door vijf scholen uit Leeuwarden, die elk jaar op 15 april een herdenking organiseren.
Ook achter de grafmonumenten voor de Joodse familie Suskind (graf 03/-/24 /04) gaat een tragisch oorlogsverhaal schuil. MTS-leraar Willy Süskind stapte samen met zijn vrouw en zoon uit het leven, één dag na de Duitse inval in Nederland.
Helemaal achter op de begraafplaats herinnert een bijzonder grafmonument eveneens aan een oorlogsdrama. Het beeld van een treurende vrouw is geplaatst op het graf van Johanna Wilhelmina te Winkel en haar zoontje Hans, beiden slachtoffer van afgedwaalde bommen op de Julianastraat in 1942 (graf 04/1b/10).
Leeuwarden
-
Sint-Maartenkerk Hallum
Sint-Maartenkerk Hallum Hallum
-
Syds en Klaske Miedema
Syds en Klaske Miedema Holwerd
-
De dorpsrechter en de lekkende dijk
De dorpsrechter en de lekkende dijk
Jan Wolters stond aan de rand van zijn akker; zijn ogen gericht op de horizon waar het veengebied begon. Hij rook de zure geur van het water dat zijn land binnensijpelde. Zijn grote boerderij, een van de dertig stemgerechtigde boerderijen in Katlijk, lag bijna op de kruising van het dorp. Als dorpsrechter droeg hij vele verantwoordelijkheden, maar deze kwestie raakte hem persoonlijk.
"Het is weer erger geworden, Jan," zei naburige boer Gerrit Cornelis, terwijl hij naderbij kwam. "Mijn gewassen verdrinken in dat zure water. We kunnen zo niet doorgaan."
Jan knikte bedachtzaam. "Ik weet het, Gerrit. De dijk tussen het veen en onze velden brokkelt af. We moeten iets doen."
"En wat ga jij eraan doen?" vroeg Gerrit met een toon van frustratie in zijn stem. "Je bent toch de dorpsrechter?"
Jan zuchtte. Hij wist dat zijn positie hem verplichtte om een oplossing te vinden, maar het was nooit eenvoudig. "Ik zal met de veenbazen praten. We moeten samenwerken om dit op te lossen."
De volgende dag begaf Jan zich naar het veengebied. Hij trof Klaas, de hoofdveenbaas, bij de rand van een turfput.
"Klaas," riep Jan, "we moeten praten over de dijk."
Klaas keek op, zijn gezicht getekend door jaren van zwaar werk. "Wat is er met de dijk, Jan?"
"Hij lekt. Ons land verzuurt. We hebben jullie hulp nodig om hem te repareren."
Klaas lachte schamper. "En waarom zouden wij dat doen? Wij hebben geen last van dat water."
Jan zijn geduld raakte op), maar hij beheerste zich. "Omdat we allemaal deel uitmaken van deze gemeenschap, Klaas. Als onze oogsten mislukken, lijdt iedereen eronder."
Na lange onderhandelingen werd er een overeenkomst bereikt. De veenwerkers zouden de noordelijke helft van de dijk repareren, de boeren de zuidelijke helft. Bovendien zouden de sloten aan beide zijden worden verbreed en uitgediept.
Toen Jan het nieuws aan de boeren bracht, was er gemor. "Waarom moeten wij de helft doen?" klaagde een van hen.
"Omdat het onze verantwoordelijkheid is om voor ons land te zorgen," antwoordde Jan vastberaden. "Dit is de enige manier waarop we allemaal kunnen winnen."
In de weken die volgden, werkten veenwerkers en boeren zij aan zij langs de twee kilometer lange dijk. Jan werkte mee, zijn handen even eeltig als die van de anderen.
Toen het werk voltooid was, stond Jan opnieuw aan de rand van zijn akker. De zure geur was verdwenen, vervangen door de frisse geur van vochtige aarde. Hij voelde een diepe tevredenheid, niet alleen vanwege de oplossing van het probleem, maar ook vanwege de samenwerking die het had voortgebracht.
In de verte zag hij Klaas naderen. De veenbaas knikte naar hem, een zeldzame glimlach op zijn verweerde gezicht. "Je had gelijk, Jan," zei hij. "We zijn inderdaad allemaal deel van dezelfde gemeenschap."
Jan glimlachte terug, wetend dat zijn werk als dorpsrechter, hoe uitdagend ook, momenten als deze de moeite waard maakte. In het kleine Katlijk met zijn 169 inwoners had hij het verschil gemaakt. En morgen zou er weer een nieuwe uitdaging zijn. Katlijk
-
Ljibbe Weidenaar
Ljibbe Weidenaar Nes
-
Hinderlaag bij Oldeholtpade
Hinderlaag bij Oldeholtpade
Op 12 april viel de brug over de Tjonger in Mildam in handen van het verkenningsregiment de Royal Canadian Dragoons. Omdat de bezetter heel veel andere bruggen hadden opgeblazen, hechtten de Canadezen er veel waarde aan om deze brug ook te behouden voor de oversteek van andere Canadese eenheden. Daarom werden er die dag tientallen pantserwagens, mobiel artilleriegeschut en tal van andere voertuigen naar Mildam gezonden om het bruggenhoofd over de Tjonger te versterken.
In één van die pantserwagens, een Staghound zat de 24-jarige Trooper Wilfred Robert George Berry uit Ontario. De jonge Canadees had zich vrijwillig voor militaire inzet in Europa aangemeld. En had met de Royal Canadian Dragoons al in Italië gevochten. Eind februari 1945 werden zij overgeplaatst naar Noordwest-Europa.
Voor Berry eindigde de oorlog in Friesland. In Oldeholtpade, op de weg naar Wolvega reed zijn voertuig samen met tenminste nog één andere Staghound in een hinderlaag. In de nabijheid van een met pech gestrande Duitse auto hadden zich Duitse militairen schuilgehouden met Panzerfäuste. De Panzerfaust was een zeer krachtig en eenvoudig te bedienen antitankwapen. Het eerste schot miste, maar het tweede projectiel raakte de voorste Staghound vol in de zijkant waar op dat moment de chauffeur Wilfred Berry zat.2 De Staghound raakte van de weg en kantelde. De drie andere bemanningsleden raakten gewond, maar konden het voertuig verlaten en zochten dekking bij de tweede Staghound. Een van hen verklaarde hierover:
“[…]Flames burst through the turret, where the officer and I were half in and half out of the hatches. Any skin surface not covered was burned and the flames badly singed our eyebrows, eyelashes, moustaches and hands, sending me and the officer both wounded to the field hospital.”3
Direct nadat de eerste Staghound geraakt werd, had de tweede Staghound het vuur op de Duitsers geopend. Wilfred Berry bleef zwaargewond in het voertuig achter. Nadat er ongeveer een kwartier over en weer geschoten was, trokken de andere Staghounds zich terug richting Oldeberkoop. Wat daarvoor precies de reden was, blijft onduidelijk. Berry was al stervende en is toen het schieten gestopt was in het voertuig nog kort verzorgd door de bejaarde Andriesje Dekker-Oosterhof. Het drama had zich pal voor haar huis voltrokken. Kort daarna overleed hij in het wrak.
Het stoffelijk overschot van Berry werd uiteindelijk naar de boerderij op “De Bult” in Oldeberkoop overgebracht en aldaar begraven. Na de oorlog zou hij worden herbegraven op de Canadese oorlogsbegraafplaats in Holten. De andere bemanningsleden konden uiteindelijk na een medische behandeling weer terug naar hun eenheid. De commandant had alleen brandwonden in zijn gezicht.
De gebeurtenis maakte een diepe indruk op de inwoners van Oldeholtpade. In 1945 nog werd een monument voor Berry opgericht. En in 1965 werd een straat naar hem vernoemd.
Oldeholtpade
-
Kerk Lioessens
Kerk Lioessens Lioessens
-
Bunkers van de Atlantikwall in Harlingen
Bunkers van de Atlantikwall in Harlingen
De bunkers in Harlingen maakten deel uit van de Atlantikwall: de ruim 6.000 kilometer lange Duitse verdedigingslinie van Noorwegen tot Spanje.
De Atlantikwall geldt als een van de grootste bouwwerken van de twintigste eeuw. De linie werd gebouwd in de jaren 1942 tot en met 1945 om een geallieerde invasie van het West-Europese vasteland vanuit zee onmogelijk te maken. De Atlantikwall was een serie losstaande, zelfstandige en aan alle kanten te verdedigen kleinere en grotere steunpunten die elkaar vuurondersteuning konden geven. In veel gevallen bestonden ze uit bomvrije bunkers, soms met een muur- en dakdikte van zeker twee meter gewapend beton. Door een gebrek aan arbeidskrachten, materieel en brandstof waren er vanaf 1 mei 1943 in Nederland slechts 510 bunkers van de geplande 2000 opgeleverd.
Harlingen werd in 1939 al voorzien als uitvalsbasis voor de door de Luftwaffe noodzakelijk geachte bezetting van de eilanden Terschelling, Vlieland en Ameland.
In 1942 werd de leiding van de kustverdediging overgedragen aan de marinetroepen in de stad Groningen. De Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden, General der Flieger, Friedrich Christiansen, bracht in 1943 een bezoek aan Harlingen en haar Hafenkapitän. Christiansen hield een landing zoals bij Normandië op de eilanden en bij de havenstad Harlingen voor mogelijk en maakte zich zorgen over de geringe gevechtskracht van de Wehrmacht ter plaatse.
In de Engelse Tuin in Harlingen ligt nog een Duitse bunker die onderdeel uitmaakte van de Atlantikwall. De bunker is twintig meter lang en vijf meter breed.
Deze bunker behoort tot de in totaal 27 bunkers in Harlingen. Het betreft de Commandopost Verbindingen – “Gefechtsstand” het zenuwcentrum tussen Kornwerderzand, Zurich en Franker – waarvandaan de Duitsers de Friese kustverdediging controleerden. De “Gefechtsstand” in de Engelse Tuin werd beschermd door drie kleinere bunkers, de zogenoemde. Tobruks. Dit waren kleine bunkertjes van gewapend beton waarin meestal eenmachinegeweer was opgesteld. Uiteindelijk bleek de bunker voor de Canadezen nauwelijks een hindernis bij de zuivering van de stad.
Na een korte artilleriebeschieting waadde de infanterie van de Highland Light Infantry of Canada in de avond van 16 april 1945 bij de Riedkade door de Ried. Met steun van een aantal Sherman tanks van de Sherbrooke Fusiliers werden de Duitsers aan de rand van Harlingen teruggedrongen. Eenmaal in de stad richtte de D Company van Captain William Douglas Tipper zich op de Franekerpoortsbrug en de Engelse Tuin. Vanwege de opgeblazen bruggen konden de tanks de stad niet in, maar dit lukte een aantal carriers wel. Deze lichte pantservoertuigen bewapend met een zwaar machinegeweer waren welkom in de stadsgevechten.
Rond 22.00 uur waren de Canadezen diep in het centrum doorgedrongen. Hierna werd de wil van de Duitsers om nog door te vechten snel gebroken. Omstreeks 4.30 uur was de stad in Canadese handen. Ook de Duitsers in de versterkte Engelse Tuin hadden de Canadezen niet kunnen ophouden.
Toen de Engelse Tuin in 2009 opnieuw werd ingericht was de bunker even zichtbaar. De drie Tobruks zijn allemaal met aarde opgevuld, maar nog steeds te zien. Eén ervan bevindt zich vlak bij de Hoogstraat, de andere twee liggen in het midden van de tuin.
De Engelse Tuin is aangelegd op het oude bolwerk, dat hoog boven de omgeving uittorende, en was daardoor een ideale plaats om de bunkers aan te leggen. De Tobruks waren verstopt in het park en daardoor van boven minder goed zichtbaar maar vanuit de bunker hadden de Duitsers ruim zich over de omgeving.
Harlingen
-
Peal 2: Krúspunt supermarkt
Peal 2: Krúspunt supermarkt
Dit punt is ûnderdiel fan it trajekt 'It Paad Werom Terherne'. Besjoch de hiele rûte. Let op: Dizze rûte begjint by it grutte parkearplak yn it doarp, Koailan 2
(harkje hjir nei it audioferhaal)
Ja, dêr bin ik wer. As it goed is stietst no op de T-splitsing yn it doarp, mei de rêch nei de supermerk. Sjoch marris rêstich om dy hinne. Do stietst no foar op in foar doarpsbegrippen ‘drok’ krúspunt. De dyk rjochting de slûs en de pier leit rjocht foar dy. De dyk nei links giet fierder de buorren yn en no wurdt it nijsgierrich. Ik sil dy útdaagje.
We gean nei it jier 1870.
In tiid fan komelkers en skippers. En in tiid fan earmoede. Dit plak, yn it sintrum fan it doarp, wurdt net bepaald troch in knooppunt fan diken, lykas dat yn de 21ste ieuw it gefal is, mar troch farwetters. Ja, do hearst it goed. De dyk links fan dy, fierderop it doarp yn en de dyk foar dy rjochting iisbaan is it farwetter ’t Far.De supermerk is ek yn dizze tiid al in doarpswinkel en eigendom fan de beurtskipper. Oan de oare kant sjochst in boerepleats. Letter sil dit de Kameleonbuorkerij wurde. No is it noch ien fan de grutste buorkerijen dy’t hjir oan it wetter leit. En dan rjochts, oan de oare kant fan it wetter, dêr sjochst in rige skippershúzen.
Tsja! It wûnder fan de tiid. De wegen fan de 21ste ieuw binne in yllúsje, as’t it de skippers fan 1870 fregest. En de farwetters krektlike goed, ast in moderne toerist deselde fraach stelle soest. Dúzelt it dy al wat?
Stek mar oer, we rinne oer it wetter rjochting iisbaan. Sjoch goed út, it kin hjir drok wêze. Foar de fitness-tastellen sjochst in grintpaad nei links. Dit geane we del.It gebied om de iisbaan hinne is allinnich mar greide en sleatsjes oant 1990. Op dat stuit it grutste en bêste stik greide fan Terherne. Der rinne sa’n 60 kij te weidzjen. Letter sil dit lân plak romje foar wetter en wurde der 250 wenten bouwd, benammen foar rekreaasje. Ik sil dy earlik sizze, dat is foar my as âld boer en hoeder fan Terherne mar dreech te befetsjen.
Ek wurdt de âlde iisbaan hjirhinne ferpleats. De Terhernster skippers binne de bêste reedriders, dus dat begryp ik noch wol.
Nei de iisbaan geane we links ôf en rinne we sa’n 30 meter fierder, oanst linksôf fan dy in grintpaad sjochst. ’t Efterom, stiet op it buordtsje. Gean dit grintpaad op. Rin mar troch safier as’t sjen kinst en dan krekt de bocht troch. Do sjochst dêr straks oan de linkerhân in grutte hege pastorij, mei in tún mei knotwylgen. Wachtsje dêr mar eefkes.
We binne noch hieltyd yn 1870. Ûnlijich waar, wyn en kjeld.
We steane hjir foar de kosterswenning, dy’t tsjin de achterkant fan de Fermanje bouwd is. De minsken binne earm. It is in tiid fan hurd wurkjen foar in bytsje jild. Dit jild foar de komelkers en de skippers. Ek hjir is allinnich mar greide, mei sleatsje der omhinne. Mear en mear skippers strûpe der ûnder (geane fallyt) en de oaren moatte hieltyd fierder en langer fuort om hannel driuwe te kinnen, troch de oanhâldende konkurrinsje. Se komme sels yn Seelân en Antwerpen telânne. Ek de komelkers hawwe it dreech. Troch de komst fan de molkfabriken, komme der hieltyd mear komelkers en dêrtroch binne de opbringsten leech en de lânpachten heech. En tel dêr noch de feepest by op. It is sels sa slim, dat in inkeling himsels ferdrinkt, nei’t er betrape wurdt by it oanlingen fan syn molke mei wetter!Mar yn dit tsjerkje en yn dizze wenning baarnt it ljocht. It is de tsjerke wêr’t Dûmny Dornseiffen preket. Dornseiffen is in man sûnder bern, mar yn syn hert is er in echte famyljeman. In goeddwaander. (goeddogger) Hy betsjut in soad foar de skippersfamyljes en harren bern en hat hert foar harren. (mient it goed mei harren.) Sa soarget hy foar in system wêrtroch de bern nei skoalle kinne as harren âlders fuort binne en se yn eigen doarp by famylje terjochte kinne. In part fan it skoaljild wurdt oan de famylje betelle, sadat se de bern, nettsjinsteande de earmoed, yn hûs nimme kinne en yn de waarmte fan harren húshâlding opfange kinne.
Ast goed sjochst, sjocht ûnder de tsjerke in kelder. Hjir mochten de skippers harren ierpels by’t winter opslaan, sadat dy ek froastfrij bewarre wurde koene.
Kom, we geane fierder dit dykje del. Oant it ein fan dit skelpepaad stopje we eefkes. Dêr fertel ik dy in oar ferhaal en silst merke yn wat foar rauwe tiid we hjir belibje dat in soad yndruk makket.
Dit punt is ûnderdiel fan it trajekt 'It Paad Werom Terherne'. Klik hjir om werom te gean nei de rûte. Let op: Dizze rûte begjint by it grutte parkearplak yn it doarp, Koailan 2
Terherne
-
Fresco in de Sint Martinuskerk
Fresco in de Sint Martinuskerk Boazum
-
Peal 1: Startpunt Kameleon
Peal 1: Startpunt Kameleon
Dit punt is ûnderdiel fan it trajekt 'It Paad Werom Terherne'. Besjoch de hiele rûte.
(harkje hjir nei it audioferhaal)
Wolkom bêste kuierder. Wolkom yn Terherne. Wat aardich datst bist! Earlik sein hie’k dy al ferwachte. Want it ferhaal gong al troch de buorren hè? Dat de poarten nei it ferline fan Terherne iepen binne. Dat lang net fertelde ferhalen no foar’t ljocht komme. (harren iepenbierje) Want dat kloppet. En ik haw der foar soarge. Ik haw dêr sa myn reden foar. De wichtichste? Om’t ik fyn dat âlde ferhalen nea ferlern gean meie.
O, nim my net kwea ôf. Ik ferjit hielendal om my eefkes oan jim bekent te meitsjen. Ik bin dyn ferteller hjoed. Ik hie -en haw noch hieltyd- in waarme bân mei dit doarp. Sa’n 400 jier lyn wenne ik hjirre. It wie in oare tiid en in hiele oare wrâld. Ik haw me altyd bekroade om de Terhernsters. Ik woe op se passe, ‘Oant yn de Ivichheid’, kin je wol sizze.
Wa’t ik krekt bin en wat dit allegear betsjut, sil tidens dizze kuiertocht dúdlik wurde. Ik warskôgje dy wol alfêst in bytsje. Want de kâns is grut dat dyn byld fan dit gewoane fryske doarpke, nei hjoed ienris en foargoed, noait mear itselde is.
Want ja, it leaflike Terherne is in plak fan kontrasten. Mei de tiid as grutste yllúzje. Neat is wat it liket.
Bist safier? Dan geane we.Rin mar nei de wâl. We steane hjir op it parkearplak by it opstapplak en foar ús leit de Alde Sânsleat. Sjoch marris om dy hinne.
De âlde Sânsleat dy’t hjir foar dy leit is in drok farwetter nei Akkrum en it Hearrenfean. It gebouke fan de Kameleon hjir efter dy, is in brêgehûs en it terrein in plak wêr’t skippen lade en losse. It is in drokte fan belang. Preammen, tsjalken, skouwen, hannel yn fan alles en noch wat. Mar ek de lêste nijtsjes út de omjouwing hearst hjirre, fan de brêgewachter en oaren. Faaks hast sels noch in boadskip…. Jou it mar troch oan him. De skippers binne dyn boadskippers en fertellers.
Sjochris nei links en rin ris in stikje by’t haad del. Oantst foar de yngong fan it lytse haventsje stietst dat oan de oare kant leit. Dat is de earste doarpsjachthaven fan Terherne. Doe in feartsje dat tagong joech foar preammen nei de lytse ‘komelkers’, lytse boeren dy’t mar in pear kij molken. De earste haven siz ik mei klam, want tsja…. Dêr is mei de lineaire tiid wol it ien en oar feroare. Terherne telt yn 2024 sa’n 11 havens en dy wurde hast allegearre brûkt foar de plezierfeart.
Dêr geane we it is 1976.
Rûn dizze tiid is men dwaande om de Nije Sânsleat te graven en sil it farferkear hjir yngripend feroarje. Sjochst dat twadde húske rjochts fan de havenyngong? Dy mei dy âlde fryske gieltsje? Yn dat húske wennet skûtsjeskipper Tjitte Jans Brouwer. In begrip yn de skûtsjewrâld en op dit stuit 85 jier âld. Op it parkearterrein hjir achter dy stiet in grutte direksjekeet dy’t brûkt wurdt troch de oannimmer fan de Nije Sânsleat. It wurk oan dizze brêge is krekt klear en de keet stiet leech. It is tongersdei 12 febrewaris, in oere as 5 moarns betiid as ik, en alle Terhernsters opskrilje fan in gi-gan-tyske knal. De keet eksplodearret en stikken dak fleane oer de Sânsleat, oer de huzen hinne en komme dêr yn de tunen del. By in grut tal huzen yn it heale doarp barste de finsters derút en ek by de horekabedriuwen oan wearskanten fan de brêge sit der gjin glês mear yn de kesinen.
It húske fan skipper Brouwer hat de grutste klap opfongen en der leit gjin dakpanne mear op it dak. De kesinen binne fyn en der leit gjin board mear heel yn de kast. In kranteman befreget de skipper en eefkes letter stiet yn de krante dat hy ‘wol sa’n 20 sentimeter optild wie’. Want Tjitte fertelde, yn it frysk mei in twinkeling yn’e eagen: Och man, ik wipte sa’n ein omheech yn de bedstee, der hie wol in jongfrommes tusken past”.
No’t de rêst werom is en it pún opromme, geane we no echt op paad. Se rêde it wol sûnder ús. Se bouwe it wol wer op.
Kom, we binne werom yn it no en rinne hjir linksôf de brêge oer it âlde doarp yn. Ik siz wol: “It âlde doarp, mar eins is dat ek in yllúsje. Do kinst dit plak faaks as it sintrum fan it doarp, mar de echte oarsprong fan Terherne leit hjir net, mar op de oare kant fan it doarp. Dêr komme we daliks. No rinne we earst nei de supermerk, wat fierderop oan de linkerhân, wachtsje dêr mar eefkes op my.
Dit punt is ûnderdiel fan it trajekt 'It Paad Werom Terherne'. Klik hjir om werom te gean nei de rûte.
Terherne
-
Galeslot
Galeslot Hurdegaryp