Locaties
5329 t/m 5352 van 6162 resultaten
-
Eastrum (Oostrum)
Eastrum (Oostrum) Eastrum
-
Simon Stijlstraat 4
Simon Stijlstraat 4 Harlingen
-
VVV Sloten - Elfsteden stempelpost
VVV Sloten - Elfsteden stempelpost Sloten
-
Openluchtzwembad Mounewetter
Openluchtzwembad Mounewetter Witmarsum
-
Huize Lyndenstein
Huize Lyndenstein
Beetsterzwaag
-
Sybrandy's Speel- en Natuurpark
Sybrandy's Speel- en Natuurpark Oudemirdum
-
8. Nieuwe Willemshaven
8. Nieuwe Willemshaven Harlingen
-
Kolmeersland Starteiland Sneekermeer
Kolmeersland Starteiland Sneekermeer Offingawier
-
Veerpont Droech oer de feart (Nijhuizum)
Veerpont Droech oer de feart (Nijhuizum) Gaastmeer
-
Kerkhof van Wierum
Kerkhof van Wierum Wierum
-
Drogeham - De Hege Bulten II
Drogeham - De Hege Bulten II Drogeham
-
Bommen Berend
Bommen Berend
In augustus 1673, het tweede rampjaar, stuurde de bisschop van Münster – Bommen Berend – een troepenmacht naar Zuidoost-Friesland om de Schans van Heerenveen te veroveren.
Vanaf de Bekhofschans bij Oldeberkoop trokken ongeveer 170 ruiters, piekeniers, musketiers en cannonieers over de heide tussen Katlijk en Mildam, met Heerenveen als doel.
De Republiek zette daar Staatse troepen tegenover uit Friese en Hollandse regimenten. Zij trokken de heide op om het Münsterse detachement te onderscheppen voordat het Heerenveen kon bereiken. De confrontatie vond plaats op de open heide bij Katlijk.
De strijd was kort. De Staatse linie hield stand; 26 van de Münsterse aanvallers kwamen om, en de overige manschappen van Bommen Berend verloren de orde en vluchtten in de richting van de Tjonger. Daarmee werd de aanval op Heerenveen afgebroken.
De schermutseling op de Katlijker heide geldt als een lokale maar strategisch belangrijke overwinning voor de Republiek. De toegang tot Heerenveen bleef behouden en de Münsterse opmars liep hier vast. Katlijk
-
Simke Kloostermanhûs
Simke Kloostermanhûs Twijzel
-
Sluiswachtershuis
Sluiswachtershuis Appelscha
-
Waalse Kerk
Waalse Kerk Leeuwarden
-
Breimer's Bakkerij Bolsward
Breimer's Bakkerij Bolsward Bolsward
-
H. Franciscuskerk
H. Franciscuskerk Wolvega
-
Voormalige directeurswoning vlasfabriek Mûnein
Voormalige directeurswoning vlasfabriek Mûnein Hurdegaryp
-
Bosvilla Landgoed Lindehof
Bosvilla Landgoed Lindehof Blesdijke
-
Waddenhop
Waddenhop Harlingen
-
It plattelânswinkeltsje
It plattelânswinkeltsje Sneek
-
Zeilschip Vertrouwen
Zeilschip Vertrouwen Harlingen
-
Minicamping de Flintertun
Minicamping de Flintertun Jistrum
-
De laatste schooldag van meester Willem
De laatste schooldag van meester Willem
De laatste schooldag is aangebroken voor meester Willem op een koude winterdag in Katlijk, waar hij jaar na jaar les heeft gegeven. Zesendertig winters lang.
De ochtendmist hing nog laag over de weilanden toen Willem Jacobs het houten luik van het schoolraam openzette. De geur van vochtige turf van de turfbult naast de school trok naar binnen. In het kleine lokaal stonden de houten banken scheef; de houten vloer kraakte onder zijn voeten. Hij zette zijn schrijfkist op tafel, blies leven in het smeulende vuur en legde er drie turven bij — één voor de ochtend, één voor de middag en één voor de lange winteravond, als de oudste leerlingen bleven schrijven bij het schaarse licht.
Buiten klonk het klepperen van klompen op het pad. Eerst kwamen de jongens van Grut Ketlik, daarna die van Lyts Ketlik, over het schoolpad vanaf de Dorpshaven. Ze legden hun leien op tafel en staken hun handen bij het vuur. Willem liet hen de psalm van de week opzeggen, schreef met vaste hand op het bord: God, amen, lam, Heer, God, amen, en hoorde hun aarzelende stemmen de woorden nazeggen als een koor van wintervogels.
Na de middagpauze stapte zijn oude vriend, de dorpsrechter, binnen, zijn hoed nog vochtig van de dauw. Hij bracht bericht vanuit het Grieternijhuis De Drie Pilaren in Oudeschoot: de grietman had de nieuwe schoolordening goedgekeurd. Willem knikte zwijgend. Hij wist wat dat betekende — zijn tijd zat erop. Zesendertig winters had hij hier lesgegeven, in dit lage vertrek met de geur van turf en krijt, de wind langs het kerkepad, het geluid van kinderen dat door de seizoenen heen nauwelijks veranderde. Van de grietman had hij toestemming gekregen om de rest van zijn leven in een klein huisje bij de dorpsschuur te wonen.
Toen de laatste leerlingen naar huis waren, bleef hij alleen achter. Op het raam lag een dun laagje rijp; in de haard gloeide nog één turf. Hij boog zich voorover, trok met zijn vinger de letters W.J. in het met vocht beslagen raam, en keek door het kleine venster naar de kerk, waar de avondzon op het oude dak viel.
‘Dat zal het dan zijn,’ fluisterde hij. Daarna doofde hij het vuur, sloot de deur — langzaam, alsof hij een boek dichtdeed — en liet de stilte in het oude schooltje achter. Katlijk