Locaties
1153 t/m 1176 van 5734 resultaten
-
Wommels (Wommels)
Wommels (Wommels) Wommels
-
Woning in traditionele stijl
Woning in traditionele stijl Appelscha
-
Aan het Water - Familiehuis Aan het Water
Aan het Water - Familiehuis Aan het Water Heeg
Direct boekbaar
-
Sint-Margaretakerk
Sint-Margaretakerk Easterlittens
-
Scharsterrijnbrug
Scharsterrijnbrug Scharsterbrug
-
Aekingahof B&B en Vakantiewoningenverhuur
Aekingahof B&B en Vakantiewoningenverhuur Appelscha
-
Boutique Hotel Joure - DeLuxe kamer
Boutique Hotel Joure - DeLuxe kamer Joure
Direct boekbaar
-
Dormio Waterpark Langelille
Dormio Waterpark Langelille Langelille
-
Flötten
Flötten Sneekermeer
-
Kroon's polders
Kroon's polders Vlieland
-
Rollsperre in Harlingen
Rollsperre in Harlingen
Harlingen was onderdeel van de Duitse kustverdediging. Dit betekende dat de bezetter maatregelen had getroffen om te kunnen optreden tegen landingen vanuit zee, aanvallen over land en landingen vanuit de lucht. Er waren verschillende versperringen aangelegd op wegen en op het spoor. Buiten de stad waren mijnenvelden en zogenoemde ‘Luftlandehindernisse’ (obstakels bedoeld om luchtlandingen te voorkomen) aangelegd.
Veel wegverkeer tussen Franeker en Harlingen kwam vroeger over de Midlumerweg (nu de Midlumerlaan). Het Van Harinxmakanaal en de Tjerk Hiddessluizen waren nog niet aangelegd.
Hier op de Midlumerweg hadden de Duitsers bij de brug over de Ried een zogenoemde Rollsperre geplaatst. Dat was een wegversperring waarbij de doorgang werd afgesloten met een grote ronde steen die in de opening kon worden gerold.
Bij de bevrijding hebben de Canadezen Harlingen met artillerie beschoten. Ook deze versperring was daarbij een doelwit omdat het op de belangrijkste toegangsweg naar de stad lag en de bezetter daar vrijwel zeker troepen had geplaatst. Op één van de twee toegangswegen aan de zuidkant van Harlingen, de Westerzeedijk, was ook zo’n Rollsperre geplaatst.
Na de oorlog werden de versperringen door de Royal Canadian Engineers gesloopt.
Harlingen
-
Atelier Anouschka Brom
Atelier Anouschka Brom Harlingen
-
Martenastate
Martenastate Koarnjum
-
Hendrik Anskes en de musketten
Hendrik Anskes en de musketten
Het was in het rampjaar 1672. In de frisse meimorgen had Hendrik Anskes, een jonge boer aan de westrand van Katlijk, besloten om de slootkanten van zijn zuidelijkste veld bij de Tjonger te maaien.
Gisteren had hij het ruige hooiland al gesleept met zijn paard. Vandaag wilde hij de kanten nog maaien. Terwijl hij in gedachten maaide, stootte hij op iets hards. De doffe dreun trilde door tot het houten handvat. Hendrik fronste, keek naar de grond en knielde neer. Hij veegde de aarde weg en staarde naar de glinstering van metaal—nieuw metaal, glanzend en koud. Zijn vingers gleden langs de lengte van een musketloop, onlangs begraven, het hout nog glad en ongeschonden door de tijd. Toen hij verder groef, vond hij meer—drie, vier musketten; hun ijzeren lopen in een rij onder de grond, samen met lange pieken die ernaast lagen.
Dit waren geen overblijfselen van oude oorlogen. Ze waren niet oud, hier nog niet lang geleden verstopt. Zijn hartslag versnelde. Waarom zou iemand nieuwe wapens begraven, zo dicht bij zijn boerderij? Voor wie waren ze bedoeld? Het Friese platteland had zijn deel aan onrust gekend, maar dit was anders. Een geheim.
Hendrik keek naar de Tjonger, waarvan het water traag richting de horizon stroomde. Hij was een boer, geen soldaat en had geen zin in dit soort mysteries. Hij dacht aan Jan, zijn oudere broer en dorpsrechter; de man die zou weten wat te doen. Net vandaag had zijn broer een afspraak met de grietman van Schoterland. De afgelopen weken had hij zich alleen kunnen concentreren op de dood van zijn vrouw en hij had weinig aandacht besteed aan de geruchten over een veldslag op de heide verderop. De ontdekking van de wapens voelde als een extra last in een tijd van verdriet. ‘Morgen’, zei hij tegen zichzelf. Morgen zou hij het melden. Voor nu moesten de wapens verborgen blijven.
Snel verzamelde hij de musketten en liep naar de oever van de rivier, waar de grond zachter en losser was. Knielend groef hij een ondiep gat in de bedding van de rivier. Terwijl hij werkte, droeg de wind fluisteringen van verre onrust, maar Hendrik hield zijn gedachten gefocust op de taak. De wapens werden opnieuw begraven, verborgen tussen de geknoopte rietstengels. Hij drukte de aarde aan, wetende dat ze daar zouden blijven totdat hij besloot het iemand te vertellen.
Het dorp Katlijk zou zich Hendrik Anskes niet herinneren, maar het waren oude wapens en wat paardenskeletten—lang geleden begraven in de losse grond bij de Tjonger—die de sleutel vormden tot een mysterie dat misschien nooit opgelost zou worden. Katlijk -
Landgoed Âld Heach Hiem - Vakantiehuis Janssloot
Landgoed Âld Heach Hiem - Vakantiehuis Janssloot Goëngahuizen
Direct boekbaar
-
De Heining: klimaatverandering
De Heining: klimaatverandering
(beluister hier het audioverhaal)
O, zo vervelend als je net op de fiets zit: een stortbui. Een extreme plensbui van meer dan 60 mm per etmaal is bovendien best zorgelijk. De waterbeheerders liggen er wel eens wakker van. Hoe moeten de Friese gemalen zoveel water in korte tijd afvoeren? En hoe moet dat in de toekomst, nu zware buien door klimaatverandering steeds vaker voorkomen?
De Heining, dit gemaal dat opvallend genoeg ín de dijk is gebouwd, helpt daarbij. Dat gebeurt alleen als het waterpeil in de Friese boezem, dat is het aan elkaar verbonden stelsel van vaarten en meren, te hoog staat. Deze vijzels kunnen dan 250 kubieke meter water per minuut naar zee pompen.
Het is een mooie assistentie voor de gemalen aan het IJsselmeer, maar de capaciteit is ook weer niet overweldigend als je vergelijkt met die gemalen in Lemmer en Stavoren, en zelfs niet met de gemalen Zwarte Haan en Roptazijl, die de polders hier verderop aan de kust drooghouden.
De Heining is dan ook onderdeel van een groter plan. Het is een uiting van een nieuwe manier van denken over waterbeheersing, een interne 'klimaatverandering' zou je kunnen zeggen. Meer meebewegen mét de natuur en het water in plaats van tegen de natuur en het water strijden. Dat is best spannend, want we hebben duizend jaar dijken gebouwd om ons tegen het geweld van de zee te beschermen.
En hoe doe je dat dan, anders naar waterbeheersing kijken? Door ruimte te maken voor extra waterberging in het binnenland bijvoorbeeld, zoals je hier kunt zien aan de brede vaarten, die natuurvriendelijke oevers hebben gekregen. En doordat het zeewater vrij spel heeft in een kweldergebied hoogt deze vanzelf door slib op. Over een paar jaar ontstaat hier dan al een natuurlijke buffer tegen de stijgende zeespiegel, als een golfbreker voor de dijk.
Het gemaal is ook een verbinding tussen zoet en zout water. Dit is goed voor trekvissen die 24 uur per dag door het gemaal kunnen zwemmen, maar ook voor kwelderplanten en wadvogels in het unieke buitendijkse kwelderlandschap.
Ingesproken door:
Samen met de andere leden van kunstenaarscollectief Observatorium werkt Ruud Reutelingsperger al jaren aan kunst in de openbare ruimte. Hierbij richt het collectief zich op het veranderende landschap en hoe het de nieuwsgierigheid kan prikkelen naar de wereld om ons heen.Ruud en zijn collega’s kennen Joop Mulder al sinds jaar en dag. “Joop en wij delen dezelfde passie; het landschap en de verhalen van mensen. We maakten wilde plannen, spraken bijzondere mensen en vooral van het buitendijkse gebied werden we lyrisch; kwelders en dobben die wij nog niet kenden. Hoe mooi zou het zijn als de mensen weer zelf land kunnen gaan maken, als bewoners hun relatie met het buitendijkse zelf nieuw leven in kunnen blazen en in samenwerking met kunstenaars ook de taal van de verbeelding gaan spreken; riepen wij hardop tegen de wind in naar elkaar.” Deze dynamische samenwerking leidde tot een drietal concrete projectvoorstellen; Terp van de Takomst, De Kromme Horne en de Golf van Termunterzijl. “Samen met Joop predikten we de slogan; Eerst geloven, dan zien.”
Dit verhaal is onderdeel van de route Gemalen Verhalen van Sense of Place
Marrum
-
Rustpunt Us PLakje
Rustpunt Us PLakje Tjalleberd
-
Garnalenpelcentrum Kant
Garnalenpelcentrum Kant Lauwersoog
-
Grutte Fiif Safarilodge
Grutte Fiif Safarilodge Grou
Direct boekbaar
-
Reginakerk Zweins
Reginakerk Zweins Zweins
-
B&B Lyts Kanaän
B&B Lyts Kanaän Mantgum
-
Logies de Meervaart
Logies de Meervaart Delfstrahuizen
-
Bunkers van de Atlantikwall in Harlingen
Bunkers van de Atlantikwall in Harlingen
De bunkers in Harlingen maakten deel uit van de Atlantikwall: de ruim 6.000 kilometer lange Duitse verdedigingslinie van Noorwegen tot Spanje.
De Atlantikwall geldt als een van de grootste bouwwerken van de twintigste eeuw. De linie werd gebouwd in de jaren 1942 tot en met 1945 om een geallieerde invasie van het West-Europese vasteland vanuit zee onmogelijk te maken. De Atlantikwall was een serie losstaande, zelfstandige en aan alle kanten te verdedigen kleinere en grotere steunpunten die elkaar vuurondersteuning konden geven. In veel gevallen bestonden ze uit bomvrije bunkers, soms met een muur- en dakdikte van zeker twee meter gewapend beton. Door een gebrek aan arbeidskrachten, materieel en brandstof waren er vanaf 1 mei 1943 in Nederland slechts 510 bunkers van de geplande 2000 opgeleverd.
Harlingen werd in 1939 al voorzien als uitvalsbasis voor de door de Luftwaffe noodzakelijk geachte bezetting van de eilanden Terschelling, Vlieland en Ameland.
In 1942 werd de leiding van de kustverdediging overgedragen aan de marinetroepen in de stad Groningen. De Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden, General der Flieger, Friedrich Christiansen, bracht in 1943 een bezoek aan Harlingen en haar Hafenkapitän. Christiansen hield een landing zoals bij Normandië op de eilanden en bij de havenstad Harlingen voor mogelijk en maakte zich zorgen over de geringe gevechtskracht van de Wehrmacht ter plaatse.
In de Engelse Tuin in Harlingen ligt nog een Duitse bunker die onderdeel uitmaakte van de Atlantikwall. De bunker is twintig meter lang en vijf meter breed.
Deze bunker behoort tot de in totaal 27 bunkers in Harlingen. Het betreft de Commandopost Verbindingen – “Gefechtsstand” het zenuwcentrum tussen Kornwerderzand, Zurich en Franker – waarvandaan de Duitsers de Friese kustverdediging controleerden. De “Gefechtsstand” in de Engelse Tuin werd beschermd door drie kleinere bunkers, de zogenoemde. Tobruks. Dit waren kleine bunkertjes van gewapend beton waarin meestal eenmachinegeweer was opgesteld. Uiteindelijk bleek de bunker voor de Canadezen nauwelijks een hindernis bij de zuivering van de stad.
Na een korte artilleriebeschieting waadde de infanterie van de Highland Light Infantry of Canada in de avond van 16 april 1945 bij de Riedkade door de Ried. Met steun van een aantal Sherman tanks van de Sherbrooke Fusiliers werden de Duitsers aan de rand van Harlingen teruggedrongen. Eenmaal in de stad richtte de D Company van Captain William Douglas Tipper zich op de Franekerpoortsbrug en de Engelse Tuin. Vanwege de opgeblazen bruggen konden de tanks de stad niet in, maar dit lukte een aantal carriers wel. Deze lichte pantservoertuigen bewapend met een zwaar machinegeweer waren welkom in de stadsgevechten.
Rond 22.00 uur waren de Canadezen diep in het centrum doorgedrongen. Hierna werd de wil van de Duitsers om nog door te vechten snel gebroken. Omstreeks 4.30 uur was de stad in Canadese handen. Ook de Duitsers in de versterkte Engelse Tuin hadden de Canadezen niet kunnen ophouden.
Toen de Engelse Tuin in 2009 opnieuw werd ingericht was de bunker even zichtbaar. De drie Tobruks zijn allemaal met aarde opgevuld, maar nog steeds te zien. Eén ervan bevindt zich vlak bij de Hoogstraat, de andere twee liggen in het midden van de tuin.
De Engelse Tuin is aangelegd op het oude bolwerk, dat hoog boven de omgeving uittorende, en was daardoor een ideale plaats om de bunkers aan te leggen. De Tobruks waren verstopt in het park en daardoor van boven minder goed zichtbaar maar vanuit de bunker hadden de Duitsers ruim zich over de omgeving.
Harlingen
-
Labadistenweg 2
Labadistenweg 2 Wiuwert