Locaties
4609 t/m 4632 van 5771 resultaten
-
Kattenroute Kast 5
Kattenroute Kast 5
Deze kat lijkt net echt al zittend op de stoep met prachtige roze bloemen in de struik.
Volg de weg tot aan de kruising en sla rechtsaf (Fiskersbuorren). Na 40 meter ziet u kast 5 aan de rechterkant.
Wijnaldum
-
Glasblazerij het Quakeltje
Glasblazerij het Quakeltje Exmorra
-
E-bike oplaadpunt in Warns
E-bike oplaadpunt in Warns Warns
-
Opeindervaart
Opeindervaart Opeinde
-
Van Harenstraat 16
Van Harenstraat 16 Wolvega
-
Canadameer (Aekingameer)
Canadameer (Aekingameer) Elsloo
-
Kerkje Sânfurd
Kerkje Sânfurd Sandfirden
-
Liuwedaem
Liuwedaem Gaastmeer
-
E-bike oplaadpunt - Stadsherberg Het Wapen van IJlst
E-bike oplaadpunt - Stadsherberg Het Wapen van IJlst IJlst
-
TOP Sloten
TOP Sloten Sloten
-
Houtzaagmolen De Rat
Houtzaagmolen De Rat IJlst
-
De Ferbining
De Ferbining Feanwâlden
-
Wytske Wisses en haar zoon
Wytske Wisses en haar zoon
Het is het jaartal 1686. Wytske Wisses is van plan met haar zoon Douwe naar hun pachter te lopen aan de Lijckweg in Katlijk. Ze lopen via de Kerkelaan langs het nieuwe Godshuis. Vooral Douwe wil daar wat blijven staan, omdat hij last van zijn voeten heeft gekregen.
Wytske vertelt: ‘Mijn naam is Wytske Wisses en jullie vinden mijn naam verbonden met mijn grondbezit in Katlijk samen met mijn zoon Douwe Piers. Ik ben hier niet geboren en ik woon hier ook niet. Ik neem jullie mee op mijn reis naar Katlijk met mijn zoon. Mijn zoon moet met mij onze kavels bekijken. Zijn vader zaliger was veenbaas en kocht de kavels voor hem, zodat hij van de pacht zou kunnen leven. Zijn stiefvader heeft het vaak over deze kavels, want die kunnen nog worden verveend, waardoor Douwe geld kan verdienen. Het is vrij moeilijk om in Katlijk te komen, omdat we met de praam via de vaart in De Knype en de Dorpsvaart naar Katlijk moeten varen. Het is daar namelijk nog een woestenij. Gelukkig hebben we een goede Katlijker boer die ons land bewerkt en ons pacht betaalt. Hij kan er vijf koeien en twee paarden op houden. Hij heeft net als ik stemrecht om de grietman van Schoterland en de dorpsrechter in Katlijk te kiezen. In Katlijk liggen de kavels van mijn zoon aan de oude Lijckweg. Mijn zoon is 16 jaar en zal nu moeten leren zich als een man te gedragen die zijn pachter te woord staat.’
Ondertussen lopen ze weer verder en kijken ze naar het kerkhof aan de andere kant van de heg. Wytske spoort haar zoon aan, terwijl ze vertelt: ‘Je vader ligt daar.’ Douwe vraagt dan: ‘Lijckweg, wat betekent die naam, mem; liggen daar lijken?’ Wytske: ‘Wel nee, die liggen daar niet.’ Douwe: ‘Maar waarom lopen we naar die Lijckweg? Ik hou niet van die naam, ik vind het een nare naam. Vader is immers ook dood.’ Wytske: ‘Nou ja.., je vader heeft hier niets mee te maken. Onze kavels liggen aan deze weg. Kom verman je zoon!’ Douwe: ‘Maar ik wil daar liever niet heen, kunnen we niet omlopen, mem?’ Wytske: ‘We gaan kijken bij onze kavels en jij gaat de pachter Ids Foppes vragen hoe het land en zijn familie ervoor staan. We willen het immers nog gaan vervenen en er veel turf van gaan verkopen.’
Ondertussen zijn ze aangekomen bij de tapperij op de hoek.
Douwe: ‘Kunnen we niet even bij de tapperij naar binnen, moeder; het is warm en ik heb dorst. Ik heb immers ook last van mijn voeten.’ Wytske: ‘We gaan absoluut niet naar binnen, daar schenken ze sterke drank. Ik heb genoeg gezien wat drank doet met de verveners in De Knype. Ze liggen soms meer dood dan levend naast de vaart. Jij gaat daar niet naar binnen. Wij zijn doopsgezinden en die gaan nooit een tapperij naar binnen.’ Douwe: ‘Maar moeder…’ Wytske: ‘Verman je zoon; je gaat je voorstellen aan Ids Foppes, want van hem ga je in de toekomst pacht krijgen. En ja, hij woont aan de Lijckweg.’ Douwe: ’Ik heb last van mijn tenen in die krappe schoenen, ik loop liever op mijn klompen. Kan ik niet op sokken verder, dan trek ik mijn schoenen straks wel weer aan.’ Wytske: ‘Ik waarschuw je zoon, je moet je nu gedragen als een volwassene, doorstappen en hou je schoenen aan.’
Ze zijn nu vlakbij het boerderijtje van de pachter en Douwe valt opgelucht in de berm van de Lijckweg. Hij trekt zijn schoenen en sokken uit en wrijft over zijn pijnlijke voeten. Deze houding bevalt Wytske allerminst, want zo gedraagt een eigenaar zich niet. De jongen zal nog veel moeten leren, verdorie. Hij moet nu eerst zijn schoenen weer aantrekken en zijn rug rechten.
De pachter komt al naar hen toe vanuit het land. Katlijk
-
Bliede eten&drinken
Bliede eten&drinken Noordwolde
-
Hans van Kuiken
Hans van Kuiken Wierum
-
Kerk Hichtum
Kerk Hichtum Hichtum
-
Drents-Friese Wold
Drents-Friese Wold
Appelscha
-
Sint-Joriskerk Oosterbierum
Sint-Joriskerk Oosterbierum Oosterbierum
-
Bartlehiem (Bartlehiem)
Bartlehiem (Bartlehiem) Bartlehiem
-
B&B Piebengastate
B&B Piebengastate Wjelsryp
-
Happywhale Oudega (de Alde Feanen)
Happywhale Oudega (de Alde Feanen) Oudega
-
Kloosterkapel Sibrandahûs
Kloosterkapel Sibrandahûs Sibrandahûs
-
Aanlegplaats Marsum
Aanlegplaats Marsum Marssum
-
Gedicht: Underwrâld | Elske Kampen
Gedicht: Underwrâld | Elske Kampen
Bekijk hier het gedicht in gebarentaal (NGT)
ÛNDERWRÂLD
moarn draach ik de bernespultsjes,
sjuery foar fersierde weinen, bûn fan jonge
feinten, de man dy’t stroffelet oer de grins
tusken dronken nacht en matinee
de band mei jierren-80-hits, froulju dy’t
as frije fammen út it sicht fan manlju dûnsje
oant stilte ûnferwacht nei middernacht
wreed de betsjoening brekt
ik dimp it roppen, razen, garje glês en
flessen, draach it doarpsfeest trije dagen oant
fantoomfoarm kantich giel neitiid oantsjut
wêr’t op myn fjild de tinte stie
krekt dan wit ik yn my in stille wrâld as
skielk mei kâlde hân winter boppe my it wetter
huverjend ta stilstân set, in souderflier fan
iis oer my hinne leit
fan grien nei brún myn gers rustkje mei yn
rêst, myn oerflak wurdt ta ûnderwrâld, ik my
ta sliepen lis en mins en feest ferjit, troch
myn dream it lûd fan izers sjit Wijckel